Breda heeft geen antwoord, geen controle en geen grip op drugsdumpingen

20 juni 2025door LPF Breda

We vragen hier al ruim een jaar aandacht voor. Ruim een jaar stellen wij vragen over het falende beleid rondom drugsdumpingen in het buitengebied. Terwijl onze natuur wordt vergiftigd, de bodem besmet, burgers bezorgd blijven en gemeentelijke kosten oplopen, kiest het college van Breda voor de makkelijkste weg: zwijgen, verwijzen en ontwijken. LPF Breda stelde zes scherpe en legitieme vervolgvragen over de aanpak van drugsdumpingen – over beleid, uitvoering, communicatie, kosten en milieuschade. Wat we terugkregen, was geen inhoudelijke beantwoording, maar een opeenstapeling van bestuurlijke vermoeidheid en arrogantie. Niet voor het eerst, maar deze keer wel bijzonder ontluisterend. Want waar het college zelf stelt dat drugsdumpingen een “duister getal” vormen, blijkt uit hun eigen antwoorden vooral één ding: de grootste duisternis zit in het beleid zelf.

Geen regie, geen cijfers, geen transparantie

De kernvraag was helder: hoe duidt het college haar regierol in een domein dat – naar eigen zeggen – moeilijk meetbaar is? In plaats van een serieuze reflectie op beleidsdoelen, indicatoren en verantwoordelijkheid, koos het college voor de eenvoudigste vorm van bestuurlijke luiheid: verwijzen naar oude antwoorden van vorig jaar. Geen nieuwe gegevens. Geen inzicht in meldingen, saneringen, of succesvolle opsporingen sinds 2019. Geen reflectie op wat wel of niet werkt. En dus ook geen grond voor verbetering. Dit is geen regie, dit is beleid op automatische piloot, waarbij het college liever in cirkels verwijst dan de feiten onder ogen ziet.

Ook bij de samenwerking met het RIEC – het Regionale Informatie- en Expertise Centrum – blijft het college steken in vage succesverhalen zonder enige cijfermatige onderbouwing. Hoeveel verdachten zijn opgespoord? Hoeveel dumpingen voorkomen? Wat waren de concrete uitkomsten van deze gezamenlijke inzet? De genoemde voorbeelden – scanners en BOA-trainingen – blijven hangen op operationeel niveau. Beleidsmatige lessen, evaluaties of concrete bijstellingen blijven achterwege. Zolang cijfers ontbreken, blijft dit een verhaal zonder bewijs. Het college verwart zichtbaarheid met effectiviteit.

En dan de communicatie. Het college zegt letterlijk dat brede informatievoorziening over drugsdumpingen “geen meerwaarde” heeft. Daarmee miskent het niet alleen het recht van bewoners op openheid, maar creëert het actief onwetendheid. Risico’s, locaties, saneringsstatussen – de burger mag het niet weten. “We informeren alleen wie betrokken is”, stelt het college. Wie bepaalt dat dan? En op basis van welk criterium? Het weigeren van een standaard communicatieprotocol – zoals dat bij andere rampen of incidenten wel gebruikelijk is – toont vooral angst. Angst voor politieke verantwoordelijkheid. Angst voor onrust. Maar het weglaten van informatie creëert geen rust, het kweekt wantrouwen. Een gemeentebestuur dat zich op dit punt in stilzwijgen hult, ondermijnt het vertrouwen in de overheid en neemt bewoners niet serieus als volwaardige partners in veiligheid.

Natuur en milieu: geen samenwerking, geen kennis, geen urgentie

Ondanks herhaalde betrokkenheid van terreinbeheerders als Staatsbosbeheer, het Waterschap en Brabants Landschap, weigert het college formele bestuurlijke afspraken of convenanten af te sluiten. Reden? “Elke dumping is anders”. Dat klopt – maar juist daarom is maatwerk géén excuus om de samenwerking dan maar niet te structureren. Het argument dat wettelijke kaders ‘voldoende houvast’ bieden, is juridische schijnzekerheid. In de praktijk lopen verantwoordelijkheden spaak, blijven kosten ongedekt en wordt kennis niet geborgd. Wie de ondermijning wil bestrijden, moet z’n bondgenoten versterken – niet aan hun lot overlaten.

Daar komt nog iets verontrustends bij: het college kan – of wil – geen enkele wetenschappelijke onderbouwing geven voor haar bewering dat drugsdumpingen geen structurele effecten hebben op waterkwaliteit of natuur. Er is géén verwijzing naar onderzoeken, géén melding van monitoring, géén evaluatie van ecologische schade. Zelfs bij dumpingen in of nabij beschermde gebieden is niets onderzocht of gedeeld. En op de vraag of men bereid is om onafhankelijk milieueffectonderzoek te laten uitvoeren, volgt een oorverdovende bureaucratische stilte.

Financiële dekking: ondoorzichtig en politiek oncontroleerbaar

Ook op de vraag naar kosten blijft het college opvallend vaag. Er wordt verwezen naar ‘enkele gevallen’ waarin schade zou zijn verhaald, maar hoeveel zaken dat betreft, welke bedragen ermee gemoeid waren, en met welk resultaat, blijft volledig in het ongewisse. Daarmee ontstaat de indruk dat kostenverhaal eerder een zeldzaamheid is dan een structurele praktijk. Waarom er geen afzonderlijk begrotingsartikel bestaat waarin de directe en indirecte kosten van drugsdumpingen zichtbaar en controleerbaar worden gemaakt, blijft onbeantwoord.

Evenmin geeft het college enige blijk van bereidheid om werk te maken van een calamiteitenfonds, terwijl de incidenten toenemen en de saneringskosten onvoorspelbaar en vaak hoog zijn. In plaats daarvan verschuilt men zich achter een vage ‘calamiteitenpost openbare ruimte’ – een boekhoudkundige black box waarin politieke sturing onmogelijk wordt gemaakt en democratische controle effectief wordt ontweken. Wat resteert is geen financieel beleid, maar bestuurlijke ontduiking onder het mom van flexibiliteit.

Conclusie: een college dat wegkijkt waar het moet ingrijpen

Wat deze beantwoording blootlegt is geen beleid, maar een strategie van minimalisme, afschuiving en bestuurlijke stilstand. Elke serieuze vraag wordt gepareerd met een alinea uit het archief. Elke oproep tot transparantie wordt beantwoord met controlerende reflexen. Elke suggestie tot verbetering met “geen aanleiding”. Maar drugsdumpingen stoppen niet vanzelf. De natuur herstelt niet vanzelf. En het vertrouwen van burgers komt niet terug zonder openheid, regie en moed.

LPF Breda verlangt een geactualiseerde beleidsvisie waarin meetbare doelen, heldere indicatoren en duidelijke verantwoordelijkheden worden vastgelegd. Alleen dan kan gemeentelijke regie op dit dossier geloofwaardig worden ingevuld. Daarnaast moet er een open communicatieprotocol komen waarmee iedere dumping op transparante wijze wordt teruggekoppeld aan bewoners en raad, zoals dat bij andere incidenten allang gangbaar is. Ook willen wij dat er bestuurlijke convenanten worden afgesloten met terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer en Brabants Landschap, om samenwerking bij signalering, sanering en kostenverdeling structureel te verankeren. V

erder pleiten wij voor onafhankelijk onderzoek naar de milieueffecten van drugsdumpingen, met bijzondere aandacht voor kwetsbare en beschermde natuurgebieden. Tot slot moet er een afzonderlijke begrotingspost komen voor deze problematiek, inclusief de verkenning van een gemeentelijk of regionaal calamiteitenfonds. Wij zullen dit college blijven confronteren met de feiten.

Wegkijken is geen handhaven en bestuurlijk stilzitten is geen beleid.

https://lpfbreda.nl/fortuyn_media/2021/04/LOGOklein-e1617455421586.png
Doe mee!Social media
Volg ons zodat je niets hoeft te missen!
https://lpfbreda.nl/fortuyn_media/2021/04/LOGOklein-e1617455421586.png
Doe mee!Social media
Volg ons zodat je niets hoeft te missen!

©2026 LPF Breda – Alle rechten voorbehouden

©2026 LPF Breda – Alle rechten voorbehouden