De verwoestende brand op Landgoed Burgst heeft niet alleen een monumentaal pand in de as gelegd, maar ook diepe wonden geslagen in het hart van De Haagse Beemden, de grootste wijk van Breda. Dit landhuis was niet zomaar een gebouw; het was een historisch baken, een parel in het landschap, een levend stuk erfgoed dat generaties van inwoners kende en waardeerde. Voor velen was het een vertrouwd gezicht, een symbool van hun wijk, een plek vol herinneringen aan een rijk verleden. Nu rest slechts een zwartgeblakerde ruïne, een pijnlijke herinnering aan wat eens was – en een stille aanklacht tegen het gemeentelijk beleid dat onvoldoende beschermde wat van ons allemaal was.
Al jarenlang verkeerde Landgoed Burgst in een staat van verval. Dit was geen verborgen proces, geen plotselinge ramp, maar een geleidelijke, jarenlange aftakeling van deze prachtige cultuurhistorische plek. Geen effectieve handhaving, geen proactieve aanpak om het monument te behouden, geen maatregelen om verloedering tegen te gaan. De gemeente liet het gebeuren en het resultaat is nu tragisch duidelijk.
De brand zelf is al een verschrikkelijke ramp, maar het roept nog grotere vragen op over de omstandigheden die eraan voorafgingen. Uit berichtgeving blijkt dat op het moment van de brand maar liefst achttien personen (!) aanwezig waren in het pand – een monument dat wel degelijk een woonbestemming had. Dit werpt echter een schokkend licht op de wijze waarop het pand in praktijk werd gebruikt: als huisvesting in een pand dat bekendstond als verwaarloosd en onvoldoende gecontroleerd door het gemeentebestuur. Wist de gemeente dat hier mensen verbleven? Ging het om arbeidsmigranten, tijdelijke bewoners of anderen? En welke meldingen of signalen waren er over de veiligheid, brandveiligheid en leefomstandigheden van deze bewoners?
Dit roept fundamentele vragen op over het gemeentelijk toezicht op monumentale panden en bewoning onder risicovolle omstandigheden. Hoe kan het dat een monument – met een woonbestemming – jarenlang verwaarloosd kon raken, terwijl er mogelijk mensen woonden zonder dat de gemeente effectief ingreep? Hoe vaak gebeurt dit elders in Breda? Hoeveel andere monumentale panden staan momenteel leeg of verkeren in slechte staat, en hoe wordt hier toezicht op gehouden?
LPF Breda stelt dat deze situatie het zoveelste bewijs is van bestuurlijk onvermogen. Niet alleen is er sprake van ernstig tekortschietend erfgoedbeheer, maar ook van gebrekkig toezicht op het gebruik van panden en de veiligheid van bewoners. Hoe kan men nog uitleggen dat een iconisch monument eerst jarenlang verwaarloosd wordt en vervolgens in vlammen opgaat, terwijl het kennelijk werd gebruikt als woonlocatie zonder dat signalen over risico’s serieus genomen werden?
LPF Breda wil opheldering en actie
-
Kan het college bevestigen dat er op het moment van de brand achttien personen aanwezig waren in het pand?
-
Was het college voorafgaand aan de brand op de hoogte van de aanwezigheid van deze personen?
-
Indien ja, ging het hierbij om arbeidsmigranten, tijdelijke bewoners of anderen? En welke maatregelen zijn er genomen om hun veiligheid te garanderen?
-
Indien nee, waarom was de gemeente hier niet van op de hoogte?
-
Welke signalen over de toestand van het pand en de veiligheid van bewoners zijn bij de gemeente binnengekomen, en hoe is daarop gehandhaafd?
-
Hoeveel andere monumentale panden in Breda staan momenteel leeg of in slechte staat, en hoe wordt hier toezicht op gehouden?
-
Welke maatregelen overweegt het college om het toezicht op monumentale panden structureel te verbeteren en risico’s te beperken?
-
Is het college bereid tot een volledige evaluatie van het beleid rond erfgoedbeheer en toezicht, inclusief een risicoanalyse en concrete voorstellen voor verbetering?
-
Wordt de raad volledig geïnformeerd over de uitkomsten van het politieonderzoek naar de brand, inclusief de aspecten rond bewoning en brandveiligheid?
Deze vragen gaan niet alleen over Landgoed Burgst, maar over een fundamenteel probleem in Breda. Hoe kan het dat monumentale panden – die we zouden moeten koesteren als erfgoed én als veilige woonlocaties – verworden tot plekken van verwaarlozing en mogelijk risicovolle huisvesting? LPF Breda wil dat het college niet wegkijkt maar haar verantwoordelijkheid neemt door daadkrachtig en effectief toezicht en een herziening van het beleid rond monumentale panden.
Dit mag nooit meer gebeuren.



