“Omdat u een woonwagenbewoner bent” – Wanneer discriminatie beleid wordt, faalt de rechtsstaat

8 juli 2025door LPF Breda

Op 19 juni 2025 besloot het Openbaar Ministerie (OM) om geen strafrechtelijk onderzoek te doen naar de aangifte van woonwagenbewoners in Breda. De bewoners, bijgestaan door hun advocaat mr. Peter Schouten,  hadden aangifte gedaan tegen het gemeentebestuur vanwege drie fundamentele klachten:

  • Stigmatiserende registratie in de gemeentelijke basisadministratie (BRP);

  • Uitsluiting bij ruimtelijke besluitvorming, waaronder het ontbreken van inspraak en participatie;

  • Een mogelijk bevoordeelde grondtransactie, waarbij cruciale informatie niet gedeeld zou zijn.

Strafbaar feit? Alleen als u in de juiste categorie valt

Volgens het OM is er geen sprake van een strafbaar feit. De reden? Woonwagenbewoners zouden geen ‘ras’ zijn in de zin van artikel 137g van het Wetboek van Strafrecht. Dat artikel beschermt tegen opzettelijke discriminatie op grond van ras – maar volgens het OM vallen woonwagenbewoners daar juridisch niet onder. Daarnaast stelt het OM dat de bewoners geen direct belanghebbenden zouden zijn bij de vermeende gronddeal. Daarmee wordt ook dat deel van de aangifte zonder inhoudelijk onderzoek terzijde geschoven.

Wat is een ‘ras’? Blijkbaar hangt het ervan af wie je het vraagt

De lezing van het OM is gebaseerd op een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam uit 2014, waarin werd geoordeeld dat woonwagenbewoners – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Roma en Sinti – onvoldoende gemeenschappelijke kenmerken zouden hebben om als ras te kwalificeren. Maar die redenering is juridisch verouderd, inhoudelijk discutabel en maatschappelijk schadelijk. Het College voor de Rechten van de Mens, het officiële nationale mensenrechtenorgaan, oordeelde in 2020 precies het tegenovergestelde: woonwagenbewoners vallen wél onder het begrip ‘ras’, zoals bedoeld in artikel 1 van de Grondwet en de Algemene wet gelijke behandeling. Die visie is in lijn met internationale verdragen zoals het EVRM, ICERD en het EU-Handvest, waarin naast biologische afkomst ook leefwijze, cultuur en groepsidentiteit meetellen.

Dus: Voor het mensenrechtenrecht zijn woonwagenbewoners een beschermde groep, maar voor het strafrecht bestaan ze ineens niet meer.

Als de rechtsstaat wegkijkt van wie zij moet beschermen

Wat het OM “een technische beoordeling” noemt, is in werkelijkheid een fundamentele uitholling van rechtsbescherming. In plaats van een maatschappelijk signaal serieus te nemen, verschuilt het OM zich achter een beperkte, biologische definitie van ras – en weigert het de aangifte inhoudelijk te onderzoeken. Deze juridische blindheid heeft verstrekkende gevolgen. Want als je niet binnen de definitie valt, besta je kennelijk niet voor de wet. Dan wordt je klacht niet getoetst, je ervaring niet erkend, je bestaan niet beschermd.

Fraude zonder gevolg, achterstelling zonder aansprakelijkheid

De aangifte ging niet alleen over discriminatie, maar ook over mogelijke belangenverstrengeling bij een grondtransactie. Volgens de bewoners werd gemeentelijk eigendom verkocht aan een woningcorporatie, terwijl uit interne gemeentelijke stukken zou blijken dat de locatie een hogere waarde had – juist vanwege de geplande ontwikkeling van woonwagenstandplaatsen. Die cruciale informatie zou niet met de oorspronkelijke eigenaar zijn gedeeld.

Toch wijst het OM ook dit signaal zonder onderzoek af. De motivatie? De aangever zou geen “direct belanghebbende” zijn, en het vermoeden zou “niet concreet genoeg” zijn. Kortom: een mogelijk bevoordeelde deal tussen gemeente, makelaar en corporatie wordt niet onderzocht – niet omdat het onschuldig is, maar omdat het formeel niet hoeft. Wat overblijft is een vertrouwd patroon: wie buiten de norm valt, valt ook buiten de bescherming.

Juridisch kader – worden woonwagenbewoners erkend als ‘ras’?
Instantie Oordeel
College voor de Rechten van de Mens (2020) ✔ Ja – volledige bescherming
Strafrechtelijke interpretatie OM (2025) ✖ Nee – aangifte afgewezen

Wat hier gebeurt, is geen individuele beoordelingsfout van een ambtenaar. Het is een systemisch falen, waarin uitvoerende overheden beleid voeren dat tot structurele uitsluiting leidt, terwijl justitiële instanties weigeren te toetsen of die uitsluiting strafbaar is.

Dit is geen botsing tussen burger en bestuur, maar tussen burger en systeem.
Als woonwagenbewoners al generaties lang worden genegeerd in de woningbouw, op wachtlijsten blijven staan, en in registraties worden gecategoriseerd op afkomst, dan is dat geen incident. Dan is dat beleid.

En zolang het OM zich blijft beroepen op formele uitvluchten en smalle definities, blijft discriminatie institutioneel onbestraft.

Dit mag geen semantische discussie blijven

🟨 Het OM had de brede interpretatie van het College voor de Rechten van de Mens moeten volgen, conform internationale verdragen.
🟨 Strafrechtelijke bescherming mag niet afhangen van semantiek, maar van maatschappelijke realiteit en feitelijke uitsluiting.
🟨 De gemeente Breda draagt bestuurlijke én morele verantwoordelijkheid voor uitsluiting via registraties en ruimtelijke besluiten.

Als wetten op papier bestaan, maar in de praktijk niet gelden voor iedereen, wat is dan nog de waarde van gelijke behandeling?

Dit gaat niet over definities – dit gaat over mensen

Een vermelding in de BRP als “woonboot/woonwagen” lijkt onschuldig. Maar voor mensen die al decennialang systematisch worden genegeerd en gestigmatiseerd, is het een teken van overheidswantrouwen. Zolang strafrechtelijke bescherming afhankelijk blijft van een verouderde definitie van ras, blijft discriminatie verborgen achter juridische legitimiteit. En blijft de rechtsstaat steken in woorden – in plaats van daden.

LPF Breda blijft opkomen voor gelijkwaardigheid en rechtsbescherming

Wij blijven ons uitspreken tegen deze vorm van institutioneel wegkijken. Niet alleen voor woonwagenbewoners, maar voor iedere inwoner die merkt dat de overheid eerder registreert dan beschermt.

De rechtsstaat is pas geloofwaardig als zij werkt voor wie haar het hardst nodig heeft. Hier is het laatste woord vast nog niet over gezegd.

Woonwagenbewoners zijn wél een beschermde groep.
Zij verdienen wél rechtsbescherming.
En zij hebben wél recht op een overheid die kijkt naar rechtvaardigheid – niet naar afkomst.

https://lpfbreda.nl/fortuyn_media/2021/04/LOGOklein-e1617455421586.png
Doe mee!Social media
Volg ons zodat je niets hoeft te missen!
https://lpfbreda.nl/fortuyn_media/2021/04/LOGOklein-e1617455421586.png
Doe mee!Social media
Volg ons zodat je niets hoeft te missen!

©2026 LPF Breda – Alle rechten voorbehouden

©2026 LPF Breda – Alle rechten voorbehouden