Ooievaar eruit – Omzet erin: Breda zet de kassa aan en de natuur op mute

22 juni 2025door LPF Breda

Wij zijn vóór feest – maar ook vóór verantwoordelijkheid

Laat er geen misverstand over bestaan: LPF Breda houdt van feest. Wij geloven in het vieren van het leven, in vrijheid, in muziek die de stad doet trillen, in vriendschap en volle pleinen. Breda is een bruisende stad – en daar zijn we trots op. Maar een feest zonder grenzen ontspoort. En een bestuur dat willekeurig met grenzen schuift als het commercieel en dus financieel beter uitkomt, is geen bestuur maar een bestuurlijk rookgordijn. Feesten doen we met respect. Voor elkaar. Voor onze omgeving. Een ooievaar bouwt zijn nest niet om als decor te dienen voor een festivalposter, maar om zijn jongen te voeden en groot te brengen. Dat nest verdient bescherming.

Daarom hebben we dat ook verankerd in wetgeving. De regels die gelden voor een burger die zijn heg te hoog snoeit of zijn hond verkeerd uitlaat, gelden net zo hard voor organisatoren die winst maken op de natuur. En diezelfde regels gelden voor het college dat de vergunning afgeeft. Niemand staat boven de wet. Geen organisator, geen wethouder, geen burgemeester. Klaar. U, wij, iedereen. En wie dat niet begrijpt, heeft niets te zoeken in het openbaar bestuur. En dus vroegen wij, als LPF Breda : hoe zit het met de bescherming van een jaarrond beschermd ooievaarsnest op steenworp afstand van een festival? Het antwoord van het college was een tergende brei van juridische acrobatiek, ontwijkgedrag, semantisch geneuzel en papieren zekerheid. Ofwel: veel woorden, weinig verantwoordelijkheid.

 

Een nest is geen nest als de ooievaar gevlogen is ?

Een ooievaarsnest is wettelijk het hele jaar door beschermd. Niet een beetje, niet ‘als het uitkomt’, maar wettelijk. Keihard en zonder voorbehoud. En toch vindt het college het blijkbaar prima om een denderend festival toe te staan op een steenworp afstand. Waarom? Omdat de ooievaar zogenaamd ‘al naar Afrika is’. Alsof de wet zijn niet meer geldt zodra meneer de ooievaar naar Zimbabwe is gevlogen.

Het wordt nog absurder. Het college stelt gewoon met droge ogen dat de afstand ‘voldoende’ was. Hoeveel dan? Geen idee. Waarom? Er is niets gemeten. Geen meterband, geen schouw, geen geluidsmeting. In plaats daarvan: een ‘quickscan’, achter het bureau in een kantoorpand, betaald door de organisator zelf. Dat noemen ze in Breda blijkbaar een ecologische onderbouwing. Wij noemen dat: de vos die zijn eigen kippen inspecteert. Een quickscan is geen vergunningstoets, geen waarborg, geen bescherming. Het is een papieren waarheid die dienstdoet als alibi voor bestuurlijke luiheid.

Een toets zonder soort, een conclusie zonder inspectie

De kern van ecologische bescherming ligt in soortgericht toetsen. Niet als optie, maar als wettelijke plicht. Zeker bij jaarrond beschermde soorten zoals de ooievaar. En toch levert het college een rapport aan waarin geen enkel soortspecifiek oordeel staat. Geen ooievaar te bekennen in een toets die nota bene over een ooievaarsnest gaat. Wat er wél in staat? Een paar zinnen over licht en geluid – alsof je een mensenhart onderzoekt door naar de luchtkwaliteit te kijken.  En op basis van die flutparagraaf, geschreven door een commercieel bureau dat is betaald door de organisator zelf, trekt het college de conclusie: niks aan de hand. Alsof de slager z’n eigen vlees keurt, en vervolgens zegt dat de kip gezond is zonder te kijken of er een kip in de koeling ligt. En de gemeente kijkt toe. De gemeentelijke ecologen roepen dat ze ‘vertrouwen’ hebben in niets bezocht, geen geluid gemeten, geen inspectie gedaan. Vertrouwen is mooi, maar geen vrijbrief voor bestuurlijk falen. Zeker niet als je natuur op het spel zet voor een feestje.

Geluidsnormen verworden tot vrijblijvende afspraken

De controle op geluidsoverlast is een bende – of beter gezegd: een georganiseerde doofpot. LPF Breda stelde harde vragen over het feit dat geluidsmetingen worden verplaatst op basis van halfbakken onderonsjes tussen bewoners en organisatoren. Het college erkent dat die afspraken geen juridische status hebben, maar verdedigt ze doodleuk met een beroep op eerder vastgesteld beleid. Dat is geen beleid – dat is een vrijbrief voor willekeur, zwendel in geluidsnormen.  Wat geen rechtskracht heeft, wordt tóch toegepast – zonder dat de raad of de inwoners daar iets van weten. En zelfs als geluidsoverlast wordt vastgesteld, doet het college niets. Letterlijk: niets. Geen boete, geen waarschuwing, geen consequentie. “Er is geen bestuurlijke boete opgelegd,” luidt het gortdroge antwoord. En dat in een systeem dat zichzelf ‘high trust–high penalty’ noemt.

Geen toetsingskader, geen urgentie, geen zelfreflectie

Het college verschuilt zich achter regels die het zelf niet toepast, en weigert iedere vorm van verantwoordelijkheid voor het wanbeleid rond vergunningverlening. Er is geen toetsingskader, geen fatsoenlijk protocol, geen spoor van bestuurlijke zorgplicht. Hoe flora- en faunarisico’s moeten worden beoordeeld is onbekend. Hoe die risico’s gemitigeerd moeten worden eveneens onbekend. De enige kapstok die men aanreikt, is een lege verwijzing naar de omgevingswet en een provinciale verordening die men blijkbaar nooit gelezen heeft.  En wie denkt dat het college leert van kritiek kan het vergeten. Op de vraag of er voor 2026 eindelijk serieuze randvoorwaarden komen, komt slechts een kille ontkenning. Alles blijft zoals het is. Zolang de organisator zijn 7.500 euro per festivaldag afdraagt aan een natuurfonds, mag de rest kapot. Dat heet in Breda ‘balans vinden’. Wij noemen dat bestuurlijk falen. Een groen smoesje om ecologische vernietiging toe te dekken. Dit college kiest voor cash boven kwetsbaarheid.

Papieren bescherming – niets meer dan een bestuurlijk rookgordijn

De beantwoording van het college laat pijnlijk zien hoe ver Breda is afgegleden van elke serieuze vorm van natuurbescherming. Dit college hult zich in ambtelijke formulieren en bureautoetsen, maar stapt in de duikboot zodra verantwoordelijkheid gevraagd wordt. Geen voorzorg, geen principes, geen ruggengraat. Waar het gaat om bescherming van kwetsbare natuur, regeert het gemak: papier boven bescherming, rapport boven realiteit, belangen boven wetten.  LPF Breda staat hier haaks op. Wij kiezen niet voor papieren fictie, maar voor daadwerkelijke bescherming van wat leeft, bloeit en groeit. Want wie wetten wil handhaven, moet beginnen met optreden.

Wat hier speelt is geen misverstand. Het is een bewust gekozen bestuurscultuur waarin ecologische wetten slechts gelden op papier, en commerciële belangen het beleid dicteren. Een college dat liever de ogen sluit dan de wet handhaaft, dat liever afkoopt dan voorkomt, en dat liever afwacht dan handelt – maakt zichzelf medeverantwoordelijk voor de afbraak van natuur en vertrouwen. Zolang Bredase vergunningen worden gebaseerd op goedpratende quickscans, halve afspraken en een blind vertrouwen in wie betaalt, blijft het ooievaarsnest symbool staan voor alles wat hier misgaat. LPF Breda zegt het zoals het is: dit college faalt. En wie dat niet ziet, heeft of boter op het hoofd of een plek in diezelfde bestuurlijke fuik waarin burgers het nakijken hebben. Het is tijd dat iemand opstaat en de rommel benoemt. Dat doen wij. Want als niemand dat meer doet, dan is niet alleen de ooievaar gevlogen – maar ook de rechtsstaat.

https://lpfbreda.nl/fortuyn_media/2021/04/LOGOklein-e1617455421586.png
Doe mee!Social media
Volg ons zodat je niets hoeft te missen!
https://lpfbreda.nl/fortuyn_media/2021/04/LOGOklein-e1617455421586.png
Doe mee!Social media
Volg ons zodat je niets hoeft te missen!

©2026 LPF Breda – Alle rechten voorbehouden

©2026 LPF Breda – Alle rechten voorbehouden