Vernielingen, diefstal en explosieven. Nog steeds is cameratoezicht op station Breda-Prinsenbeek een stap te ver

23 juni 2025door LPF Breda

Wie dacht dat het college van B&W Breda zou leren van escalaties, geweld, vernieling en angst bij station Breda-Prinsenbeek, komt bedrogen uit. De antwoorden op onze artikel 9-vragen vormen geen bestuurlijke verantwoording, maar een bureaucratisch afpoeierantwoord richting de raad én de inwoners. Het college drapeert zichzelf in bestuurlijke doekjes, maar achter die woorden schuilt slechts één harde realiteit: **men weigert te handelen, durft geen verantwoordelijkheid te nemen en neemt de veiligheid van dit station aantoonbaar niet serieus. Wat volgt is geen analyse, maar politiek geneuzel van een college dat liever gelijk wil hebben dan verantwoordelijkheid wil nemen. En dat maakt dit dossier zo pijnlijk: de onveiligheid is niet alleen structureel maar is ook inmiddels bestuurlijk in stand gehouden.

Feiten worden genegeerd, signalen weggewuifd

Het college weigert te erkennen dat de afwijzing van cameratoezicht bij station Breda-Prinsenbeek in 2022 inmiddels achterhaald en ontoereikend is gebleken. In plaats van met terugwerkende kracht verantwoordelijkheid te nemen, beroept men zich op de bewering dat er “geen exponentiële groei” in meldingen is geweest. Daarmee wordt een administratief criterium misbruikt als beleidsmatig schild. Alsof veiligheid pas urgent wordt wanneer de situatie uit de hand loopt volgens het aantal meldingen.

Intussen is het station al lang geen neutrale plek meer. Glasplaten zijn vernield, reizigers voelen zich onveilig, fietsendiefstallen zijn schering en inslag, en er is een incident geweest waarbij explosieven in de directe omgeving een rol speelden. Dat deze incidenten zich hebben opgestapeld, lijkt voor het college geen aanleiding tot bezinning. Er zijn geen aanvullende maatregelen genomen, geen herinrichting, geen zichtbare handhaving en geen beleidswijziging. De reactie van het stadsbestuur blijft steken in gelatenheid en het herhalen van oude redeneringen.

In plaats van leiderschap toont het college een bestuurlijke vluchtreflex. Incidenten worden geframed als uitzonderingen, meldingen als marginaal en signalen uit de samenleving als subjectief. Het college lijkt gevangen in een reflex waarbij het liever vasthoudt aan oude besluiten dan dat het toegeeft dat eerdere inschattingen onjuist waren. In plaats van bijsturen, blijft men hangen in abstracte verantwoording en procesdenken. Ondertussen neemt de onveiligheid toe en daalt het vertrouwen in de overheid nog verder.

LPF Breda blijft benadrukken wat het college weigert onder ogen te zien: dat het structureel negeren van incidenten, meldingen en signalen geen neutraliteit is, maar een actieve vorm van bestuurlijk falen. En dat falen heeft steeds minder met onwetendheid te maken, en alles met politieke onwil.

Cameratoezicht geweigerd uit politieke koppigheid

De weigering om cameratoezicht in te zetten is geen nuchtere afweging, maar een halsstarrige beleidslijn die eerder getuigt van politieke allergie dan van gezond verstand. Het college maskeert haar onwil met vaagheden als “proportionaliteit” en “subsidiariteit”, woorden die vooral lijken te dienen als excuus om niets te hoeven doen. Parkeeroverlast en afval worden naar voren geschoven als hoofdproblemen, in een poging om de ernst van intimidatie, diefstal en geweld te marginaliseren. Alsof glazen overkappingen zichzelf kapotslaan, of alsof fietsendieven zich laten afschrikken door een gemeentelijke factsheet.

Elders in de stad kan het wél. Op het centraal station hangen camera’s. In het uitgaansgebied wordt met toezicht geëxperimenteerd. Maar zodra het initiatief bij LPF Breda vandaan komt, veranderen de argumenten. Dan is het plotseling juridisch precair, disproportioneel of ongewenst. Wat hier speelt is geen evenwichtige beleidsafweging, maar pure bestuurlijke minachting: een systeem dat op politieke reflexen draait in plaats van op realiteit en burgerbelang.

Wat dit college typeert, is ideologische blindheid vermengd met bestuurlijke koppigheid. Het weigert te erkennen dat veiligheid een basisvoorwaarde is voor vrijheid en leefbaarheid. In plaats daarvan klampt men zich vast aan een wereldbeeld waarin cameratoezicht per definitie repressief is, en waarin verzoeken om veiligheid – zeker als ze uit de hoek van LPF Breda komen – niet serieus worden genomen, maar worden afgedaan als overdreven, onnodig of politiek gemotiveerd. Het gevolg is dat station Prinsenbeek een blinde vlek blijft in het gemeentelijk veiligheidsbeleid, terwijl de feiten zich opstapelen.

En dus stellen we de vraag opnieuw, en scherper: hoeveel incidenten moeten er nog plaatsvinden voordat dit college haar ideologische veren afschudt en gewoon gaat doen waarvoor het is gekozen: beschermen, ingrijpen en verantwoordelijkheid nemen?

Incidenten worden afgepoeierd, verantwoordelijkheid ontweken

De grootschalige vernieling van de glazen overkapping op 9 mei? Het college schuift het van zich af: strafrechtelijke kwestie, niet hun pakkie-an. Geen woord over preventieve maatregelen, geen toelichting op toezicht, en al helemaal geen enkele reflectie op wat hier mis is gegaan of hoe herhaling wordt voorkomen. Er wordt geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor de veiligheid op een plek die dag in, dag uit door honderden mensen wordt gebruikt. En dan het incident met mogelijke explosieven op 2 mei.

Het college erkent het voorval, maar haast zich te verklaren dat het zich ‘net buiten het station’ voordeed. In plaats van actief te communiceren met omwonenden of de gemeenteraad, bleef het stil. Er is – voor zover uit de beantwoording blijkt – geen enkele poging gedaan om bewoners gerust te stellen of te informeren. Dat bevestigt het beeld van een college dat eerder inzet op afschuiven dan op uitleg. Lering trekken? Geen spoor van terug te vinden.

Wat het college hier laat zien is geen bestuur, maar een bestuurlijke schaduw van wat het zou moeten zijn. Zodra het spannend wordt, zodra het verantwoordelijkheid vereist, duikt men weg achter procedures en juridische afbakeningen. In plaats van leiding geven, gaat men op in het vermijden van gezichtsverlies. Dat is geen bescherming van de openbare orde, dat is bestuurlijke vermijding in optima forma.

Geen regie, geen overleg, geen prioriteit

Het pijnlijkste moment in de beantwoording is misschien wel de expliciete erkenning op vraag 10: nee, er is géén structureel overleg tussen gemeente, NS, ProRail en politie over de veiligheid bij station Breda-Prinsenbeek. Geen overleg, geen vast ritme, geen gezamenlijke analyse, geen afspraken. In bestuurlijke termen betekent dat maar één ding: het station is bestuurlijk aan zijn lot overgelaten. En dat na jaren van signalen, raadsvragen, incidenten, en zorgen vanuit inwoners. Het ontbreken van zo’n overlegstructuur is geen administratieve omissie, het is het zichtbare bewijs van een college dat weigert regie te voeren. Juist op een plek waar veiligheid niet vanzelf spreekt, en waar verschillende instanties samen verantwoordelijkheid dragen, blijft de gemeente afwezig aan tafel. Onzichtbaar in de aanpak, stil in de afstemming, afwezig in de uitvoering. Zelfs de basisvoorzieningen ontbreken. Geen infozuil, geen meldpunt, geen bord waarop reizigers weten waar ze terecht kunnen met hun zorgen of meldingen. En ondertussen houdt het college zichzelf voor dat de communicatie “voldoende” is. Dat is geen beleid, dat is bestuurlijke autosuggestie.

Wat de beantwoording laat zien, is een diep gewortelde bestuurlijke desinteresse in alles wat zich buiten het centrum van Breda afspeelt. Prinsenbeek is in de ogen van dit college geen prioriteit, maar periferie. En perifere problemen krijgen perifere aandacht. Dat is de harde werkelijkheid achter de gladgestreken woorden in het collegeantwoord. Een gemeentebestuur dat de mond vol heeft van participatie, partnerschap en verbinding, slaagt er niet in om op een structureel punt van zorg – waar meerdere partijen bij betrokken zijn – zelfs maar om de tafel te gaan zitten. Dat is niet alleen nalatig, dat is beschamend. En het ondergraaft elke geloofwaardigheid als het gaat om zorg voor veiligheid in álle wijken van Breda.

Structureel falen als politiek verdedigingsmechanisme

Wat hier plaatsvindt is geen kwestie van traagheid, onkunde of ambtelijke miscommunicatie. Wat hier gebeurt, is het resultaat van bewuste politieke keuzes. Keuzes om niet in te grijpen. Keuzes om de ernst te bagatelliseren. Keuzes om voorstellen van LPF Breda systematisch te negeren, ongeacht inhoud of urgentie. En dat maakt het nog ernstiger: deze onveiligheid is geen gevolg van onvermogen, maar van een doelbewust uitgeoefend stilstand beleid. Het college laat consequent na om de verantwoordelijkheid te nemen die hoort bij haar positie. In plaats van te handelen naar aanleiding van incidenten, cijfers, meldingen en publieke onrust, kiest men voor stilzwijgen, verschuilen en ontwijken. En als er dan toch gereageerd wordt, gebeurt dat in wollige bewoordingen, juridische mist en redeneringen die zijn ontworpen om elke roep om actie de pas af te snijden.

De politieke opstelling is helder: liever blijven steken in proces, dan erkennen dat LPF Breda al jaren terecht aandringt op ingrijpen. Liever de schijn van bestuurlijke consistentie ophouden, dan de realiteit onder ogen zien dat het veiligheidsbeleid faalt. Die reflex is geen uiting van neutraliteit, maar van arrogantie. Het is een bewuste vorm van stilstand die wordt gefaciliteerd door ideologie, partijpolitieke motieven en bestuurlijke eigenwaan. Wat de raad hier onder ogen moet zien, is dat het college zijn verantwoordelijkheid niet vergeet, maar bewust verzaakt. Het kiest ervoor om te negeren, te vertragen, en te blokkeren – en dat maakt deze situatie fundamenteel anders dan een bestuurlijke misser. Dit is geen samenloop van omstandigheden, maar een patroon van bestuurlijke verlamming die bewust in stand wordt gehouden – met alle gevolgen voor de veiligheid en leefbaarheid van onze stad. Daar waar politiek de moed moet tonen om bij te sturen, kiest dit college voor wegkijken. En daarmee ondermijnt het niet alleen het vertrouwen in de overheid, maar ook de veiligheid van haar eigen burgers.

College, stop met wegkijken. 

Waar het college systematisch wegkijkt, kijkt LPF Breda wél. Waar het stadsbestuur zich verschuilt achter gemiddelden, procedures en beleidsparagrafen, luisteren wij naar bewoners die dagelijks te maken hebben met de gevolgen van onveiligheid. Want veiligheid is geen Excel-grafiek en geen beleidsbijlage. Het is de basis van vertrouwen, samenleven en bestuur.

LPF Breda blijft het benoemen. Niet omdat het ons politiek uitkomt, maar omdat het moet. Omdat elke inwoner recht heeft op een veilige route naar school, werk of huis. Omdat mensen geen lastige voetnoot zijn in de besluitvorming, maar het beginpunt. En omdat wie zwijgt in een dossier als dit, medeverantwoordelijk is voor wat er níét gebeurt. Zolang dit college blijft zeggen dat het “niet nodig” is, blijven wij zeggen: het is allang te laat. Zolang incidenten worden genegeerd, blijven wij ze op de agenda zetten. Zolang bewoners zich in de steek gelaten voelen, staan wij naast hen. LPF Breda kiest voor veiligheid. Niet morgen. Niet als het in de begroting past. Maar nu.

https://lpfbreda.nl/fortuyn_media/2021/04/LOGOklein-e1617455421586.png
Doe mee!Social media
Volg ons zodat je niets hoeft te missen!
https://lpfbreda.nl/fortuyn_media/2021/04/LOGOklein-e1617455421586.png
Doe mee!Social media
Volg ons zodat je niets hoeft te missen!

©2026 LPF Breda – Alle rechten voorbehouden

©2026 LPF Breda – Alle rechten voorbehouden